S 2 - Oefening 10

Want of Omdat

Kies de goede zin

Voorbeeld:
Mijn moeder gaat vandaag niet naar kantoor, want zij is ziek.
Waarom wilt u bij het raam zitten? Omdat ik dan naar buiten kan kijken.
Omdat de leerlingen geen huiswerk maken, is de leraar boos.